50 uitspraken van Jezus

Een christendom zonder discipelschap is een christendom zonder Christus” – Dietrich Bonhoeffer

 Zo krijg je grip op je leven

1 Noem Jezus geen Heer als je Hem niet gehoorzaamt. Lk 6:46, Mt 7:21.
2 Bouw op de rots van gehoorzaamheid aan Jezus anders zul je vallen. Mt 7:24-27, Lk 6:47-49.
3 Aanbidt God alleen. Mt 4:10b, Lk 4:8.
4 Volg Jezus. Mt 4:19, 11:28-30, Mk 1:17, Jn 1:43,12:26, 10:27, 21:22b.
5 Wees zout en licht in deze wereld. Mt 5:13-16 Mk 9:50, Lk 11:33, 14:34. Jn 3:21.
6 Noem je broeder geen dwaas. Mt 5:22, 12:36.
7 Wees gericht op directe verzoening. Mt 5:24-25.
8 Begeer geen ander, want dan pleeg je overspel in je hart. Mt 5:27-28.
9 Als je je partner verstoot en met een ander trouwt pleeg je overspel. Mt 5:32, 19:9, Mk 10:11-12. 10 Zweer geen eed. Mt 5:33-37.
11 Doe meer dan verwacht wordt, ga de tweede mijl. Mt 5:38-41.
12 Geef aan hen die vragen. Mt 5:42, Lk 6:30, 38.
13 Heb je vijanden lief. Zegen hen en bidt voor hen. Mt 5:43-48, Lk 6:27-29.
14 Doe stilletjes je goede werken tot eer van God en niet van mensen. Mt 6:1-4.
15 Als je bid, vast of geeft, doe dat in het geheim. Mt 6:5-6.
16 Gebruik geen grote hoeveelheid woorden als je bid. Mt 6:7-8, Mk 12:40.
17 Bid naar God de Vader. Mt 6:9, Jn 16:23-24.
18 Wees niet bezorgd. Mt 6:25-32, Lk 12:22-30, Jn14:1, 16:33.
19 Verzamel schatten in de hemel en niet op de aarde. Mt 6:19-21, 33, Lk 12:21, 31-34, Jn 12:25. 20 Oordeel niet zodat je zelf niet geoordeeld wordt. Mt 7:1-5, Lk 6:37, 41-42, Jn 7:24.
21 Blijf vragen, zoeken en kloppen. Mt 6:9-11, 7:7-11, Lk 11:9-13.
22 Behandel anderen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Mt 7:12, Lk 6:31.
23 Verspil je tijd niet aan twistzieke mensen. Mt 7:6.
24 Vergeef anderen. Mt 6:12, 14-15, 18:21, Mk 11:25-26, Lk 11:9-13.
25 Laat de doden hun doden begraven. Mt 8:22, Lk 9:6a.
26 Wees niet bevreesd voor mensen, vrees God. Mt 10:28, 16:23, Lk 12:4-5.
27 Getuig van Jezus voor de mensen. Mt 10:32-33, Mk 5:19, 8:38, Lk 9:26, 12:8-9.
28 Neem je kruis op. Mt 10:38-39, 16:24-26, Mk 8:34-37, Lk 9:23-26, 14:26-33.
29 Kijk uit voor huichelarij en hebzucht. Mt 15:6-9, 23:28, Lk 6:41-42, 12:1b, 20:46-47.
30 Berisp een broeder onder vier ogen en als hij zich bekeert, vergeef hem. Mt 18:15, Lk 17:3-4. 31 Betaal belasting en geef aan God wat van Hem is. Mt 22:21, Mk 12:17, Lk 20:25, 21:4.
32 Heb God en je naaste lief. Mt 22:37-40, Mk 12:30-31, Lk 10:27, Jn 15:12, 13:34-35.
33 Wees waakzaam en kijk uit naar Jezus terugkomst. Mt 24:44,46, 50-51, Mk 14:62, Lk 12:35-40. 34 Eer God met alles wat je bezit. Mt 25:14-31, Lk 18:18-23.
35 Dien anderen alsof het om Jezus zelf gaat. Mt 25:34-46.
36 Predik het evangelie, onderwijs gehoorzaamheid. Mt 28:20, Mk 16:15, Lk 9:60b.
37 Bekeer je van zonden. Mk 1:15, Lk 13:3,5, Lk 15:7,10, 18-24.
38 Geloof in Jezus. Mk 16:16, Lk 9:35, Jn 12:36, 6:29, 20:29, 14:6.
39 Heb het geloof van een kind. Mk 10:15, Lk 18:17, Mt 9:29.
40 Doe wat Jezus zegt. Jn 15:14.
41 Verblijd je als je word verdrukt. Lk 6:22-23.
42 Laat je niet afleiden als je luistert naar God. Lk 10:38-42.
43 Handel met compassie en wees niet bevooroordeeld naar anderen toe. Lk 10:30-37.
44 Nodig de armen en behoeftigen uit om samen met je te eten. Lk 14:13-14.
45 Verneder jezelf en neem de laagste plaats in. Lk 14:8-11, 18:13-14, Mt 23:12, 19:30.
46 Je moet opnieuw geboren worden. Jn 3:3, Jn 3:5-8.
47 Leef in Mij en in Mijn liefde. Jn 8:31-32, Jn 15:4, 9
48 Wees niet hebzuchtig als je broeder wordt gezegend. Lk 12:13-15, 15:29-30
49 Laat je dopen. Mt 28:19, Mk 16:16
50 Streef naar volmaaktheid. Mt 5:48.