image_pdfimage_print

De Eemshaven is bepaald niet de grootste haven in Nederland en toch gebeurt er veel. Google is bezig met een enorme uitbreiding van hun datacentrum, er wordt gebouwd aan een staalfabriek en dagelijks worden schepen bevoorraad met enorme masten van bijna 200 meter lengte, die inmiddels met elkaar een heel woud vormen van draaiende wieken en ons land van de zo benodigde energie voorzien.

Grote kranen en enorme opleggers bevolken de kades en daartussen al die heftrucks en vrachtwagens die goederen op hun plek van bestemming brengen. En toch… in dat grootse gebeuren is er iets veel groters. Iets dat niet met het menselijk oog zomaar zichtbaar is en voor velen zelfs volledig wordt genegeerd. God is overal en zelfs daar waar mensen ver weg van hun families en vrienden hard moeten werken. God kent hen en met die wetenschap is het zo machtig mooi om ons werk op schepen te kunnen doen. Voor ik echter aan boord stap, zoek ik rustig plekje en vraag om Zijn leiding. Aan de rand van al dat gekrioel lijkt het gebeuren in de haven allemaal minder groot en krijg je oog voor een veel groter werk. Hoe klein wij ook zijn in die grote havens. Wij dragen Zijn licht en dat licht schijnt voor eeuwig. Daar kunnen al die duizenden windturbines van elk een paar honderd meter hoogte nooit tegenop. Hoe klein de gesprekken soms ook lijken, voor God is het van groot belang dat mensenharten worden bereikt. Het nietige wordt zo oneindig groots.  

Afgelopen woensdag leek het allemaal tegen te zitten. Op elk schip dat ik bezocht werd hard gewerkt en was er geen tijd voor gesprekken. Op het laatste schip “De Master Express” had ik toch een wat langer gesprek met een kapitein die op de Faeröer eilanden woont. Bij een eerder bezoek aan dit schip begin dit jaar, had ik een andere kapitein een scheepjesfles overhandigd. Dat had een mooie opvallende plek gekregen en stond daar nog steeds te pronken. De kapitein nodigde mij uit om vrijdagmiddag terug te komen om met bemanningsleden te praten. Dat heb ik gedaan. Het werd een onvergetelijke middag. Voor de mannen de messroom binnenstapten had ik nog even een gesprekje met de kapitein. Op mijn vraag of hij christen is antwoordde hij dat hij is aangesloten bij een gemeente van “The Salvation Army.” Van de Poolse kok kreeg ik nog tomatensoep aangeboden. Lekker maar tomaten waren niet te vinden en al helemaal niet te proeven. Maar tomaten waren niet waarvoor ik kwam. Ik kwam om iets te kunnen delen van Gods Koninkrijk. Ik raakte even later in gesprek met verschillende Filipijnse bemanningsleden. Mooie gesprekken gevoerd over vergeving en Gods genade. Een man zat met veel vragen over christenen die zondigen dat vond hij maar moeilijk. Dat werd een diep gesprek waarin ik hem veel kon uitleggen. De lectuur, bijbels en ijsmutsen werden met dank aanvaard. Toen één van de mannen de ijsmuts over zijn hele hoofd heen trok en er van zijn gezicht niets meer overbleef dan ijsmuts kwam er uiteraard de opmerking.”Oh now you are very handsome”. Ook een lolletje moet kunnen toch? De mannen waren blij met mijn bezoek en spraken de wens uit om elkaar, de volgende keer dat ze in de haven komen, weer te ontmoeten. Nog even de kapitein opgezocht om hem te bedanken voor zijn gastvrijheid. Hope to see you again. En met ”God bless you” nam ik afscheid. 

Ik wilde nog even naar een schip waarop Gabriël werkt. De jongeman die een stapel bijbels had meegenomen naar de Filipijnen. Hij was een paar weken geleden na zijn verlof weer aan boord gestapt en ik wilde hem graag even spreken. Maar van een afstandje dacht ik, wat hangt daar in de lucht. Het zou toch niet? Ja hoor, het was de loopplank en ik was precies op tijd om het schip uit te zwaaien. Jammer, maar gebed is ook belangrijk en dat mogen we voor al die prachtige mensen die God op ons pad heeft gebracht doen. God is goed.

Dit vind je misschien ook leuk...

Reacties gesloten.